Waar de <b>Weg Eindigt</b>

Waar de Weg Eindigt

Bij de beter ingewijde avonturiers brengt alleen al de naam Darien Gap de hartslag in een hogere versnelling. Het is een roemrucht niemandsland tussen twee continenten, doordrenkt met gevaren uit natuurlijke en menselijke hoek.
12-18-2018
Adventure

Article

Wayne Mitchell
#REVITRIDER

Wayne is geboren en getogen in Alaska en groeide op als professionele jachtgids. In 1994 ging hij in dienst bij het Amerikaanse leger in de 207e Luchtmobiele Infanterie Brigade, een buitenlands detachement waar Wayne optrad als parachutist en verkenner. Na een overstap als werktuigkundige in 2000, ging Wayne binnen de U.S. Army zich wijden aan de rol van adviseur en trainer in Mongolië en Taiwan. Momenteel werkt Wayne als park ranger voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

INSTAGRAM | FACEBOOK | YOUTUBE

Wayne Mitchell

Intro text

BALANCEREN AAN DE RAND VAN DE LANDKAARTDE DARIEN GAP

In 2017 ondernam een team van Amerikaanse oorlogsveteranen een motorreis van de Poolcirkel tot het puntje van Zuid-Amerika, en dan ook nog dwars door de beruchte jungle Darien Gap. Lees hier het heroïsche verhaal van teamleider Wayne Mitchell.

Trip Map

About this page

‘Die ene plek aan de Rand van de Landkaart’

De Darien Gap is een 150 km lange blinde vlek vol ongerepte jungle die Panama scheidt van Colombia. Het is de enige onderbreking in de Pan-American Highway van Alaska naar Argentinië. Wegen of bruggen bestaan er niet, enkel een modderig voetpad dat zich door de dichte jungle krioelt, een wildernis vol lianen, spinnen, slangen en allerhande soorten menselijke gevaren, tegen een achtergrond van scherp getande, dichtbegroeide bergtoppen. Over het geheel bezien, is het domweg ondoordringbaar met een motor of auto.

De Darien is typisch zo’n plek aan de rand van een landkaart waar je haast vanaf tuimelt. Bekijk je de kaart van Colombia, dan zie je het gebied liggen, zonder gedetailleerde invulling, in de noordwestelijke hoek. Het oogt als een blinde vlek, met in het beste geval een aanduiding van het Atrato-Moeras en het verderop gelegen Panama. Neem je vervolgens een kaart van Panama, ontdek je een groot gebied met de aanduiding ‘Darien National Park’. Het herbergt de oorspronkelijke Kuna indianen. En het is geen plek waar je eigenlijk iets hebt te zoeken.

Juist die plek aan de rand van de landkaart, zonder gedetailleerde invulling, heeft een kleine twintig jaar mijn gedachten beziggehouden.

Product images

Where the Road Ends 1
Where the Road Ends 2
Where the Road Ends 3
Where the Road Ends 4

About this page

Een Record voor het Oprapen

Toen ik in 2005 uitgezonden was naar Irak voor de US Army, betrapte ik me erop sommige soldaten te vertellen over de Darien Gap. Na wat onderzoek was ik erachter gekomen dat niemand ooit een weg erdoorheen getrokken had. Mijn fascinatie voor de Darien koesterde ik de tien erop volgende jaren; hoewel de blinde vlek enige keren doorkruist was door een handjevol Jeeps, Land Rovers en motoren, hadden de meeste expedities per motor van Alaska en Argentinië meerdere jaren in beslag genomen.

Toen enkele militaire vrienden en ik het pensioen zagen naderen, begonnen we de Darien grondiger te onderzoeken en in te plannen. Niettemin bleef de Darien, de ‘Stopper’ zoals ‘ie in het Spaans heet, een duistere plek aan de rand van een landkaart. Ondanks geschreven artikelen waarin het ‘de gevaarlijkste jungle ter wereld’ wordt genoemd, bleef het een mysterie voor ons, een gesloten boek waar eigenlijk alleen over verteld wordt door locals, drugssmokkelaars en mensenhandelaren die de Darien geregeld gebruik(t)en als doorgang van Zuid- naar Centraal Amerika.

Product images

The Men

Intro text

Wij namen de missie op ons om als eerste motorrijders over land te reizen van Deadhorse, Alaska, tot Ushuaia, Argentinië in een aaneensluitende expeditie. En dwars door de Darien Gap. In werkelijkheid zouden we erachter komen dat we die claim, die eretitel nooit zouden kunnen nakomen; het overleven van de Darien Gap op zich zou al een prestatie blijken.

Highlights

Intro text

DEBEVROREN WEG

About this page

Halverwege 2016 hadden we ons team rond. En hoewel we inmiddels allemaal officieel gepensioneerde oorlogsveteranen waren geworden, hadden we toch enige beperkingen in tijd. We zouden slechts vijf maanden weg kunnen van onze vrouwen, families en bijbaantjes om de hele trip van Alaska naar Argentinië af te kunnen ronden; met inbegrip van dertig dagen tijd voor het doorkruisen van de Darien Gap. De jungles van Panama en Colombia hebben het hele jaar door al beroerde weersomstandigheden, maar in het regenseizoen zijn ze bijkans ondoordringbaar. Onze achterstallige planning om te beginnen in het droge seizoen, hield in dat we Deadhorse, Alaska, in november moesten verlaten om Panama te kunnen bereiken in januari, wanneer de regen afneemt en de modder begint te drogen.

We deden een beroep op de gebroeders Edwards om ons te helpen de eerste uitdaging te trotseren; want hoe zouden we met motoren de bevroren wegen door Alaska en Canada moeten afleggen? Simon Edwards, voormalig arts bij de Special Forces en coureur in snelheidsrecords, hadden we al in ons team genesteld als medische ondersteuning. Hij en zijn broer Dave, een topmonteur, bouwden speciaal vier cargo zijspannen om de machines op het ijs stabiel te houden en een extra bagagewagen voor onze poolslaapzakken, benzine en uitrusting.

We besloten te vertrekken vanuit Deadhorse, Alaska, de meest noordelijke weg van de VS, op Veteran’s Day, 11 november. Voor ons had die dag niet alleen een symbolische, maar ook praktische betekenis. De zogenoemde Haul Road van Prudhoe Bay naar Fairbanks, was die feestdag haast uitgestorven en de weerberichten hadden gesproken van een koude, maar heldere dag.

Met een pace car voor ons en een bezemwagen met radiocommunicatie op een truckersgolflengte, reden we aan in de ochtendduisternis. Een paar vrachtwagenchauffeurs en regionale North Slope-functionarissen zwaaiden ons uit, daarbij aantekenend dat ze in de winter nog nooit motorrijders op de Dalton Highway hadden aangetroffen.

Ons eerste serieuze obstakel was de Atigun Pass. Met 1.400 meter is deze niet bijzonder hoog, maar de ligging in het Brooks Gebergte – circa tweehonderd kilometer boven de Poolcirkel – en het tijdstip bij nacht stelden ons team danig op de proef. In het donker verloren we vele metalen spijkers die we in de banden hadden geschroefd en van een motor deed de verlichting het niet. Terwijl het zicht verslechterde en de wind aanwakkerde, deden we in de gauwigheid nieuwe spijkers in de banden en hervatten we de reis, dieper de nacht in.

Een uur nadat we de Atigun overgetrokken waren, klaarde het weer op. De maan liet zich zien en de temperatuur kelderde tot 27 graden. Onder nul. De ene rijder had nog steeds geen licht uit zijn koplamp en moest dus in de schaduw van het licht van zijn voorganger rijden. Zo beleefden we een lange, barre nacht, stuiterend en rollend over de donkere, bevroren weg richting Coldfoot Camp.

Product images

About this page

Idioten en Dwazen

‘Alleen idioten en dwazen rijden hier met de motor’, sprak een stem over de radio in niet mis te verstane woorden, samen met nog een aantal weinig flatteuze reacties. Een dag eerder was al bekendgemaakt dat een groep veteranen op motoren van Alaska naar Argentinië onderweg zou zijn over de Dalton Highway.

De paar truckers die we getroffen hadden, waren van gematigd enthousiast tot onverschillig. Terwijl we de warmte van Coldfoot Camp achter ons lieten en voortploegden over recent gevallen sneeuw richting de Yukon Rivier, werden de begroetingen aan ons er niet bemoedigender op.

‘Welke klootzak rijdt hier in de winter nou op een motor?!’, vroeg een trucker ons, waarop ons enige passende antwoord kon zijn het uitroepen van onze naam, rang en persoonlijk militaire nummer. Dezelfde vraag zou nog twee dagen lang ons teisteren, terwijl we meter voor meter zuidwaarts trokken richting Fairbanks.

De rijrichting mocht dan de juiste zijn, het weer werd er alleen maar slechter op. Tegen de tijd dat we de betrekkelijke beschaving van Fairbanks zouden bereiken, werden de overvallen door een sneeuwstorm op volle kracht die twee dagen zou voortduren. Dus namen we de tijd om bij te komen en te werken aan de elektrische panne, terwijl de stad de luiken sloot en zichzelf ingroef.

Product images

Beautiful mountains of Colombia

About this page

Lekker bezig, althans…

Over ijzige wegen doorkruisten we noordelijk Canada met betrekkelijk gemak, al raakte op een bepaald moment een auto in een slip die een van onze rijders omver reed. De kou zorgde voor lange dagen rijden. Daarbij gingen we creatief te werk door onze slaapmatten aan stukken te snijden om de stukken foam onder onze jacks en broeken te schuiven. We knoopten touwen achter onze zijspannen, waardoor we snel vastgeraakte teamleden uit de sneeuw konden wegslepen. We zetten onze tenten op op een Walmart parkeerplaats in Whitehorse doordat we geen open campings konden vinden vanwege het winterseizoen.

Tegen de tijd dat we de grens met Washington state bereikten, was het Thanksgiving Day. Het goot van de regen en familieleden zouden ons opwachten in Portland, Oregon.

Tijdens een marathonetappe legden we in een dag 760 kilometer af in iets meer dan elf uur. Zo reden we Portland in, drijfnat en met een vers ontwikkelde afkeer tegen zijspannen en het rijden in het donker en de regen.

Na een paar dagen rust, en in de hoop de laatste sneeuw achter ons te hebben gelaten, lieten we de zijspannen achter in Oregon en vervolgden we onze weg door Californië op twee wielen. Met het binnenrijden van Mexico, op 5 december, dus keurig volgens planning, lieten we de VS achter ons. We zouden nog twaalf internationale grenzen over moeten. Die van San Diego naar Mexico zou uiteindelijk de eenvoudigste en kortste van alle grensovergangen betekenen; slechts zeven uur wachttijd.

Highlights

About this page

Ten Zuiden van de Grens

In Mexico trokken we zuidwaarts, dwars door het Baja Peninsula schiereiland. Stevige Santa Ana-wind drukte het tempo en tussentijds vonden we tijd om plaatselijke benzine te kopen uit roestige benzineblikken die nog achterin iemands pick-up truck lagen. Kamperen deden we ’s nachts op het strand of achter verlaten gebouwen.

De dag erop namen we de ferry richting het vasteland van Mexico en trokken we verder zuidwaarts langs de kust. Ons uiteindelijke doel in Mexico was een stadje iets buiten Zihuatenejo met de naam Troncones. Een vriend van een vriend had daar een kleine villa op het strand en ons daarvoor uitgenodigd voor verblijf. Bij onze aankomst aan dat strand, bleek het beter dan we verwacht hadden.

We bleven daar dan ook drie nachten aan de oceaan om wat te rusten, te zwemmen en surfen aan te leren. Ondanks het Zwitserleven-gevoel dat we daar meemaakten, klonk stiekem de lokroep om de reis voort te zetten. Of zoals onze teamarts het verwoordde: ‘De Darien is een monster dat altijd aan de horizon opdoemt’.

Op 7 januari, vier dagen achterlopend op schema, trokken we Panama City in. Bij onze aankomst kregen we te horen dat de Directeur van Senafront, Panama’s grensbewaking, ons had verzocht samen te komen. Ze twijfelden nog of ze ons wel toe zouden laten in de Darien en of ze ons toestonden om door de dichte jungle Colombia in te trekken.

Product images

Mexico 1
Mexico 2
Mexico 3
Mexico 4

Highlights

Intro text

OOG IN OOGMET HET MONSTER

De weg van Panama City naar Yaviza was onlangs nog opnieuw geasfalteerd. Je kon het verse asfalt ruiken, vooral door de buitentemperatuur van +38°C en de directe blootstelling aan het zonlicht. De kilometers gleden snel onder onze wielen weg zodat we vlot in het dorpje aan de rivier aankwamen.

Bij een smalle voetbrug over de rivier houdt de weg abrupt op te bestaan. Aan de overzijde verdwijnt een pad de immense groene jungle in, onafgebroken gedurende ruim 150 kilometer zuidwaarts…


About this page

Na te zijn bekomen van de eerste schrik en verwarring tijdens onze aankomst, werden we geëscorteerd naar een zwaarbewaakt junglekamp. We moesten er onze motoren parkeren met de mededeling dat het maken van foto’s of video verboden was. We kregen een plek toegewezen recht in de zon, in afwachting van de bataljonscommandant. Het wachten leek wel een uur te duren voordat een assistent van de commandant ons kwam vertellen dat we geen toegang kregen tot de jungle. Onze Franse vertaler, Michel, benadrukte dat dit gewoon een tactische zet was om te zien hoe gemotiveerd we waren. Na nog eens een half uur dook de commandant op uit het enige vertrek met airco. Hij schudde ons de hand en wilde dat we foto’s maakten. Hij wist ons te vertellen dat we de jungle konden betreden en dat hij een gewapend peloton rangers met ons mee zou sturen, maar alleen tot de grens. ‘In Colombia zelf’, waarschuwde hij, ‘zijn jullie op jezelf aangewezen.’

De waarschuwing van de commandant gaf ons weinig reden tot blijdschap. We hadden Alaska en Canada doorkruist in het holst van de winter om hier op dit vooraf geplande moment te komen. Met de officiële toestemming op zak, werden we toegelaten tot een confrontatie met het monster. Geen ontkomen meer aan.

Onder het maanlicht begonnen we onze bagage en motoren in de kort ervoor leeggemaakte bananenboten te laden. Het was bananenseizoen, dus hadden we het geluk om überhaupt nog drie grote boten te kunnen huren. Eentje was groot genoeg om in een keer alle vier de motoren te kunnen vervoeren naar het dorp Paya, het laatste teken van beschaving voor de reis over land naar Colombia. We namen ons voor twee dagen over de boottocht te doen, wat een betrekkelijk eenvoudige missie moest zijn door de gestage regenval. Daarvoor had het iedere dag constant hard geregend gedurende een uur en hoewel de vele regenval het vervoer over water vergemakkelijkte, begonnen onze eerste zorgen over de staat van het pad door de jungle de kop op te steken.

Al bij de eerste kilometer werd duidelijk dat de Darien Gap niet ‘gereden’ kon worden in de traditionele manier van doen. Modder, diep tot aan de knieën, boomwortels, lianen en de intense hitte en vochtigheid, slurpten onze energie op. Iedere decimeter vooruit raakten we wel een obstakel, waardoor de hele voorkant zich in de modder groef. Of het stuur bleef aan een liaan of achter een wortel hangen, waardoor de hele machine weer omviel. En iedere keer moest de motor dan weer overeind getild worden terwijl we steeds moesten zoeken naar een vlakke plek om uit te rusten. Tot overmaat van ramp werd de laatste motor van de groep al bij de 1 mile markering getroffen door een uitgebrande koppeling. We waren nog maar drie uur onderweg op de eerste dag…

Product images

About this page

DE JUNGLE EIST ZIJN TOL

De drie overige motoren overleefden de resterende anderhalve kilometer. Resultaat van de eerste dag: twaalf uur lang zwoegen om nog geen drie kilometer af te leggen, en een motor uitgeschakeld. Die nacht hingen we onze hangmatten bovenop een heuveltop waar plaatselijke dorpelingen en hun kinderen ons grote pannen rijst en sardienes voorschotelden. We aten in onze zorgvuldig afgesloten hangmatten om muggenzwermen en parades aan bijtende mieren te vermijden. Tegelijkertijd bespraken we er onze opties.

Na wat slaap en met frissere hoofden kwamen we in de ochtend tot een besluit. Rich, de rijder met de minste off-road ervaring die de koppeling eruit had gefikt, koos ervoor zijn machine achter te laten en terug te keren naar Panama City. Het was een somber moment voor het team en tegelijkertijd de eerste keer dat we ons realiseerden dat ons gedrieën nog eenzelfde lot te wachten zou kunnen staan. Eigenlijk hadden we er nooit bij stil gestaan dat wij allen de klus niet zouden kunnen klaren. Uiteraard hadden we wel ingecalculeerd dat overmacht ons succes zou kunnen dwarsbomen, maar niet dat we uit eigen beweging zouden besluiten te falen.

De tweede dag was een nog grotere kwelling dan de eerste. Met de hulp van locals kregen we de machines nog eens drie kilometer verder, wat zou uitgroeien tot een dagelijkse routine. Een van ons zou zo ver mogelijk rijden tot ‘ie zou omvallen.

Vervolgens zouden de anderen hun motoren naar de eerste sleuren, wat voor obstakel er ook in het ‘gereden’ pad zou liggen. We sneden stokken scherp om de modder van de achterwielen af te schrapen, maar soms gebruikten we handwerk om alle troep tot aan de spatborden te verwijderen. Of we moesten met messen takken en lianen wegsnijden die opgerold zaten rond de assen en tandwielen. Als we uit gehijgd waren en voldoende water hadden bijgetankt, begon deze cyclus weer van voren af aan.

Aan het einde van Dag Twee, waren we de Colombiaanse grens tot op anderhalve kilometer genaderd. Maar het duw-, trek- en sleepwerk had zijn tol geëist: van nog twee motoren was de koppeling eruit gebrand, waardoor er nog maar eentje in de running zat. ’s Avonds hadden we dan ook een volgende vergadering tijdens een maaltijd van zwarte bonen, rijst en Spam-blikvlees. In de ochtend kwamen we tot het unanieme besluit om door te gaan, wat ook ons pad zou kruisen. We maakten touwen aan de motoren vast en trokken ze voort zoals poolhonden een slede.

Volledig vertrouwend op de lokale Kuna gidsen, trokken we voorwaarts in een regelmatig tempo waardoor we de grens tijdens het middaguur bereikten. Onze gewapende escorte stond ons op te wachten op een open stuk bij een cementen grenssteen met de aanduiding dat Colombia aan de ene, Panama aan de andere kant lag. We trokken onze machines bij elkaar voor foto’s met de complete crew. Toen wenste de Panamese grensbewakers van Senafront ons handenschuddend succes om weer terug de jungle in te duiken.

Product images

Welcome to Colombia

About this page

Welkom in Colombia; Het is nog maar een Stukje…

De woorden van onze plaatselijke Kuna-gids mochten soms geruststellend klinken, echt accuraat waren ze niet. Een van de rivieren zigzagde nu eens voorwaarts, dan weer terug, in zuidelijke richting. De rivier trok een diepe kloof tussen steile, modderige hellingen van donkerbruine aarde. Iets wat op een pad leek, was in geen velden of wegen te bekennen. We huurden een local met een kettingzaag in om omgevallen bomen in stukken te zagen en zo een spoor vrij te maken. We gebruikten machetes om iets van een pad te vormen, breed genoeg om de sturen van onze motoren door te laten.

Na twee dagen beseften we dat we, in plaats van iedere heuvel te bedwingen, beter in de rivier konden blijven. De motoren sleepten we zodoende door het water dat tot onze taille reikte, maar het leverde wel tijdwinst op.

In korte tijd hadden we door de nieuwe strategie twee dagen noeste arbeid gewonnen en kwamen in steeds dieper water terecht. We stuurden een bericht vooruit naar het dichtstbijzijnde dorp in Colombia, een gehucht met de naam Cristalles, om boten voor ons klaar te zetten. Toen we laat in de avond vanuit een bocht in de rivier uitzicht kregen op diverse kleine houten huisjes aan de oever, kregen we de motivatie weer te pakken; het eerste teken van beschaving sinds we Paya achter ons hadden gelaten.

We waren te gesloopt om de aankomst in Cristalles ook echt te vieren. Bovendien was het ontvangst door de lokale bevolking een stuk koeler dan we hadden verwacht. We werden afgeserveerd naar een dorpsgebouw op palen, waar ons verzocht werd te wachten. Onze motoren hadden we op de oever kunnen parkeren. Als snel begrepen we het onderkoelde ontvangst; een militie van zeventig gewapende mannen had zich vlakbij het dorp verschanst. Ons geduld werd op de proef gesteld doordat ze moesten uitzoeken of we de nacht wel in het dorp konden doorbrengen.

Terwijl duisternis over het dorp viel, verschenen de oudgedienden van het dorp met het goede nieuws dat we er de nacht konden doorbrengen, op voorwaarde dat we vroeg in de ochtend zouden moeten vertrekken en niet met onze drone mochten vliegen. We namen het aanbod met beide handen aan, gingen onder zeil en voordat het ook maar licht kon worden, stonden we bepakt en bezakt in de startmodus met gehuurde boten die ons stroomafwaarts zouden brengen.

Het Atrato Moeras doorkruisten we in een dag, hoewel we enkele malen de bagage moesten lossen en de motoren door de rivier moesten duwen en trekken toen het waterniveau niet meer dan twaalf-dertien centimeter diep bleek te zijn. Het water van de Atroto Rivier verspreid zich namelijk over de moerasdelta. Tegen de avond bleek het waterpeil weer genoeg gestegen om de boten opnieuw te beladen. Bij het invallen van de schemering bereikten we de stad op stelten Puntas Americas, dat zich aan de rivieroever vastklampt als een piratenstad uit een Disney-film.

Zonder tijd te verliezen staken we de rivier over en meldden ons bij het dichtstbijzijnde Colombiaanse militaire checkpoint, waar we op weinig meer werden vergast dan op twijfels en vragen over onze route door Colombia.

Nadat we het militaire checkpoint hadden verlaten, huurden we een volgende boot om ons over de rivier naar de stad Turbo te varen. Na opnieuw een militair controlepunt – en vele uren tijdverlies – zaten we eindelijk in het aardedonker op open zee van Bocas del Atrato naar Turbo in een kleine fiberglas boot zonder verlichting of navigatie aan boord. We waren te uitgeput om hier iets tegenin te brengen en zaten laag opgesteld in onze stoeltjes om de spray van de oceaan te vermijden, weggedoken wachtend op de onvermijdelijke slagzij die zou leiden tot onze verdrinkingsdood.

Verdrinken zouden we die nacht niet. In plaats daarvan kwamen we veilig en rond middernacht aan in Turbo, parkeerden onze motoren in een lokale garage en trokken de stad in, dronken van uitputting, richting het dichtstbijzijnde hotel.

Highlights

About this page

Geschenken uit de Hemel

Voor zijn vertrek uit Panama, had Rich nog telefonisch contact met ons gehad, waarin hij had toegezegd elkaar in Cartagena te ontmoeten, met medeneming van de nodige onderdelen. Binnen een week waren we weer on the road.

Vanuit Cartagena reden we zuidwaarts door het Armenia-gebergte en Colombia’s koffieregio, waar we verbleven in het Iron Horse Filandia, een naar hostel omgebouwde boerderij, bestemd voor globetrotters en motorrijders. De grens bereikten we in een paar dagen tijd met een tussenstop in de katholieke kerk Santuario Las Lajas, uitgehouwd uit de rotsen nabij Ipiales.

Bij onze aankomst rond het middaguur aan de grens van Ecuador, stuitten we op enorme rijen Venezolaanse vluchtelingen in hun poging om grenzen in zuidelijke richting over te kunnen steken. De meesten van hen waren uit op betere banen in Argentinië of Chili.

Tot diep in de nacht zou de oversteek van de vluchtelingen duren, met hele families de wacht houdend bij hun persoonlijke bezittingen, maar wij kregen de gelegenheid de grens voor sluitingstijd te passeren, zodat we net over de grens een plek konden zoeken om onze tenten op te slaan.

Lang bleven we niet in Ecuador en noordelijk Peru vanwege onze plannen om een aantal dagen door de Machu Picchu te trekken en een vriend uit Alaska te ontmoeten in Cusco. De bergen van Peru brachten wat verzachting tegen de verzengende hitte. Het was al wat later in het seizoen en we wisten dat de winter niet lang op zich zou laten wachten in Zuid-Amerika. De noodzakelijke reparaties als gevolg van de doorsteek door de Darien Gap had vertraging opgeleverd in ons schema. Toch trokken we tijd uit voor het rijden over bergwegen, diep in de Peruviaanse Andes, en voor een bezoek aan de Hydroelectrica, een kleine buitenpost die ons was aangeraden door de gastheren van de Iron Horse Filandia. We borgen onze bagage op, betaalden een local om over onze motoren te waken en begonnen onze trektocht te voet langs de spoorrails naar Agua Calientes, de toeristische toegangspoort tot de Inca-ruïnes van Machu Picchu.

Product images

Peru

Product images

Setting up Camp

About this page

ECONOMY CLASS

Twee dagen rondtrekken in en rond de Inca Ruïnes van de Andes gaf ons het besef dat vier maanden motorrijden geen weerslag had gehad op onze gezondheid. Het was dan ook een opluchting om weer de motoren te kunnen beklimmen en vanuit het zadel koers te zetten richting het zuiden.

De grensovergang met Chili was met afstand de eenvoudigste oversteek; in minder dan een uur tijd werd voor ons vieren al het papierwerk afgedaan. Eenmaal onderweg wilden we maar al te graag onze volgende bestemming aandoen, de Aticama-woestijn, die zoveel adventure rijders voor ons al afgelegd hadden. We zouden dwars door de woestijn rijden en de Chileense kustlijn volgen naar Santiago. Daar huurden we een garage van een lokale Dunlop-dealer, waar we de laatste bandenwissel van de trip uitvoerden. Met een verse set D606’en hoopten we Ushuaia te halen.

De wegen van Santiago naar Puerto Monte waren fantastisch en de nieuwe banden vraten, net als wij, op hun gemak de achthonderd kilometers weg. Maar bij het bereiken van de noordelijkste stad Carratera, Austral, kregen we een serieuze wake-up call. Winter was in snel tempo in opmars en ijzige regen sloeg hard toe.

Gedurende de eerste avond hingen we – met onze drogende kleding rond de open haard - tijden boven landkaarten om de te volgen route te bepalen, waarbij de drie belangrijkste factoren mee werden gewogen: geld, tijd en weersomstandigheden.

Pas nadat we uiteindelijk besloten hadden de goedkopere weg te nemen met wat korte overtochten over water, gingen we ons nest in. Hierdoor hadden we tevens een reservedag in afwachting van de veerboot, een dag die we besteedden aan het verwisselen van een accu en het aanschaffen van betere landkaarten.

De schaars geplaveide dirt roads die we aflegden, werden onderbroken door overtochten met veerboten en tussentijdse koffiestops, tevens de gelegenheid om weer wat op temperatuur te komen. Steeds weer werden we getroffen door onophoudelijke regen, vooral in de middaguren, waardoor we voor het vallen van de avond en het zakken van de temperatuur, nog een koude klets te verwerken kregen en genoodzaakt werden ons tentenkampje vroegtijdig op te slaan.

Op 24 maart brachten we de nacht aan de oever van een meer door om de volgende ochtend bij het inpakken te bemerken dat het tentzeil bedekt was met rijp en ijs. We legden zo’n dertig kilometer aan dirt road af voordat we een nieuw geasfalteerde highway bereikten. Tegelijkertijd blies de legendarische Patagonië-wind ons de hele ochtend al haast van de sokken. Tegen de avond luwde de wind en kwam Mount Fitzroy in zicht. We maakten een stop om langs de weg even een snack te knagen en wat foto’s te schieten van de motoren in een adembenemend decor van witte bergtoppen.

Product images

Traveling motorcycles through the high Andes

Intro text

HETLAATSTE ZETJE

About this page

Na wat dagen hiken rond El Chaiten, pakten we de machines weer op om door te stoten naar Ushuaia. De wind blies weer een fiks partijtje mee over het open grasland van zuidelijk Argentinië. We namen de laatste ferry van die avond om een snelle overtocht te maken naar Vuurland.

Terwijl we kringelden door de bergen van zuidelijk Argentinië, beseften we hoe sterk en snel de seizoenen elkaar opvolgen. Amberkleurende bladeren vielen al van de bomen en bedekten het wegdek. We volgende de kustlijn van Lago Fagnano voordat we de zuidelijke richting insloegen over de laatste bergpas die uitmondt in Ushuaia.

Op 27 maart, om 14.00 uur, na vijf maanden en dik 31.000 kilometer, waarvan 150 door het epicentrum van de Darien Jungle, bereikten we onze bestemming.

Voor het team was het een immense opluchting dat we het doel hadden bereikt van een expeditie die drie jaar lang in de steigers had gestaan. Een droom die ons jarenlang had beziggehouden, was met het behalen van het eindpunt glansrijk uitgekomen.

Voor een motorrijder kan de reis van Alaska naar Argentinië de trip van je leven betekenen. Voor de avonturier kan de Darien Gap een uitdaging zijn die als een lokroep in je oren blijft klinken. Ieder van ons vieren gaf met deze vijf maanden onderweg op de motor, invulling aan de randen van de landkaart.

Intro text

Voor het team was het een immense opluchting dat we het doel hadden bereikt van een expeditie die drie jaar lang in de steigers had gestaan. Een droom die ons jarenlang had beziggehouden, was met het behalen van het eindpunt glansrijk uitgekomen.

Highlights


@REVIT_ADVENTURE

Beleef jouw passie. Wij helpen je dit te verwezenlijken, wat voor motor je ook rijdt. Volg ons en raak geïnspireerd door REV’IT! rijders in alle uithoeken van de wereld.

Highlights

Highlights